Nieuwe aardappelen

IMG_3341
Mijn aardappeloogst is alweer een week of drie geleden, maar het blijft leuk te vertellen over dit succesvolle aardappeljaar. Hier zie je een deel van mijn oogst van “Koopmans Blauwe”, een klein maar lekker stevig, smakelijk aardappeltje. Als licht kruimige kookaardappel doet hij het zeer goed op je bord. Maar de Koopmans is nog van meer markten thuis: nadat ik een zakje aan mijn collega Saskia had gegeven, bleek al snel dat je er nog meer lekkers mee kunt bereiden. Saskia is een echte Bourgondiër en ook een Vlaamse, dus het kon niet anders dan dat ze er meteen frieten van begon te maken, en die smaken dus ronduit goddelijk. “Normaal eet ik altijd mayonaise bij de frieten die ik van supermarktaardappelen maak,” bracht Saskia verslag uit, “maar bij deze had ik helemaal geen mayonaise meer nodig, zo lekker zijn die aardappels van jou! Nu snap ik waarom jij een moestuin hebt!”
IMG_3353
Inderdaad, aardappels uit eigen tuin: dat is zo ongeveer de essentie van moestuinieren. De smaak die je eigen aardappels je geven, vind je nergens. Het mooiste is als je ze eet op de dag dat je ze uit de grond hebt gehaald; de suikers in de aardappels beginnen namelijk aan een veranderingsproces nadat je ze hebt losgemaakt van de plant. Hoe sneller na de oogst je ze eet, hoe lekkerder.
Maar het is natuurlijk ook het hele gedoe dat je ervan hebt wat het zo bevredigend maakt zelf aardappels te kweken. Eind maart begon het plezier al: ik legde mijn pootaardappelen binnen op de vensterbank, om ze te laten voorkiemen. Op de vensterbank leggen is veel beter dan ze in het donker laten liggen. In het donker maken ze, op zoek naar dat ene straaltje licht in de verte, namelijk lange, dunne, slappe scheuten aan, waarmee ze veel energie verliezen; leg je ze daarentegen achter glas in de zon, dan krijgen ze mooi stevige, korte scheuten en barsten je aardappels van de energie op het moment van poten.
IMG_3236
Dat voorkiemen is een spannende beginfase: vaak ga ik even kijken of er al mooie scheutjes tevoorschijn komen. Dit jaar had ik zes soorten aardappels, en geboeid observeerde ik de verschillen: de kiemsnelheid was bij elke aardappel anders, evenals de dikte en de grootte van de scheuten.
Daarmee is de spanning nog niet over, want je krijgt vervolgens de Grote Beslissing wanneer de voorgekiemde aardappeltjes nou de grond in kunnen. Normaalgesproken is dat de tweede week van april, maar stel dat het nog gaat vriezen? Dat kun je niet hebben, aardappels zijn daar erg gevoelig voor. En trouwens, los daarvan: de grond mag sowieso niet te koud zijn, want aardappels zijn koukleumen. Ze doen niks als de kou nog in de grond zit. Tja, hoe ga je dat nou weer uitvinden, of de aarde warm genoeg is voor je aardappels? Het schijnt een ouderwets gebruik te zijn met je blote billen op de aarde te gaan zitten. Als je dan denkt: “Hè bah, wat koud!”, dan kunnen je aardappels dus nog niet de grond in. Haha, ik heb dat niet gedaan. Ik houd het bij mijn vingers, die vind ik gevoelig genoeg.
Dit jaar gingen mijn aardappels 15 april de grond in. Hoe het verder ging, en welke aardappeltips ik voor je heb, lees je in mijn volgende post.

Mmm.. zomerse tomaten

Mijn eerste twee Costoluto Fiorentino tomaten

Mijn eerste twee Costoluto Fiorentino tomaten

Daar zijn ze dan eindelijk: mijn eerste tomaten. Lang en veel voor gezorgd. Ik weet nog hoe ijskoud het was toen ik ze van de winter in mijn lege kas zaaide, en moet je nu eens kijken: het is volop zomer en mijn kas puilt aan alle kanten uit van het groen en het rood. Hoe anders kan de wereld eruit komen te zien. Verstandelijk weet ik dat we seizoenen hebben, maar toch blijft mijn gevoel zich erover verbazen; misschien wel steeds meer naarmate ik ouder word.
Toen ik vorige week zag hoe de allereerste tomaat (die tergend lang groen was gebleven) opeens licht oranje begon te kleuren, was dat een gouden momentje… ja, jippie, ze doen het echt! Het feest gaat beginnen!
Twee dagen later waren er al twee tomaten dieprood, en nog een paar dagen later had ik het echt druk: de ene na de andere tomaat viel als een rijpe appel in mijn hand zodra ik mijn handpalm eronder hield. Ik heb ze maar uitgedeeld aan allerlei aardige mensen, want zelf kan ik ze nooit allemaal opeten. Da’s trouwens fijn aan tuinieren: dat je mensen blij kunt maken met echt, mooi voedsel. De liefde van de mens gaat door de maag.
Verguld ben ik met mijn Costoluto Fiorentino’s: die zijn ronduit schilderachtig te noemen (ik heb zo’n vaag idee dat ik ze ooit op een Rembrandt heb gezien), vanwege hun geribbelde vorm. Echt prachtig vind ik ze, en bijzonder ook: in geen winkel in Amsterdam ben ik ze ooit tegengekomen. De Costoluto Fiorentino smaakt lekker vlezig en is dieprood van binnen, met recht een klassieke tomaat. Ik heb ze gevuld met een mengseltje van aangebakken knoflook, ansjovisfilet en spinazie, een eitje erbovenop gekraakt, en dan lekker in de oven. Hoe simpel en goed kan het leven zijn.
Maar dat was nog niet eens het tomatenwalhalla. Daar kwam ik in terecht toen ik de eerste rijpe Tigerella in mijn mond stopte. Die is gestreept als een tijger en licht oranje van kleur. Aanvankelijk dacht ik dat die lichte kleur betekende dat ze nog niet rijp waren, maar toen ik de proef op de som nam, beet ik tot mijn grote verrassing in de sappigste tomaat ooit. Ik verheug me nu al op de volgende ronde.

Knoflook (3)

IMG_3295
Het prettige aan knoflook is dat je het een jaar lang kunt bewaren, mits je het maar de goede behandeling geeft. Wat ik doe, is de knoflookbollen eerst te drogen leggen in mijn kas, want daar drogen ze het snelst. Als ik je een tip mag geven: laat ze kurkdroog worden. Hoe droger, hoe langer je ze kunt bewaren, namelijk. Ik laat ze net zo lang in de kas liggen totdat de buitenste blaadjes helemaal zijn verschrompeld. Daarna haal ik de wortels eraf en berg ik ze op in een rieten mandje, in de koelste (maar wel vorstvrije), droogste, donkerste plek die ik heb – hoe meer ventilatie, hoe beter.
In plaats van in rieten mandjes kun je knoflook natuurlijk ook lekker ouderwets vlechten. Dan hang je zo’n streng in je keuken – voor die authentieke Franse, Italiaanse feel in je huis. Het hele jaar door kun je er vervolgens bolletjes van plukken.
IMG_3298
Knoflook vlechten moet je trouwens wel even leren, het is een hele kunst op zich. Gelukkig hebben we daarvoor Youtube. Hier zie je een leuk Amerikaans filmpje over hoe je knoflook vlecht:

Mijn dikste knoflookbollen houd ik dit jaar apart – die zijn om in het najaar teentjes van te planten. Volgend jaar ga ik weer nieuwe pootteentjes kopen bij de zaadhandel, want als je steeds blijft doorkweken uit dezelfde bollen, kunnen zich op den duur allerlei virussen ophopen in je planten.
Nou, heb ik je genoeg inspiratie gegeven om dit najaar ook knoflook te planten? Dan zou ik je aanraden ze op een klein terpje te zetten, zodanig dat hun puntje net boven de grond uitsteekt. In herfst en winter kan het namelijk nogal nat worden, en hoewel de kou knoflook een push geeft om in het voorjaar lekker te knallen, kan het soms wel erg nat zijn in de donkere dagen, en zo’n terpje houdt je knoflook dan zo droog mogelijk. De dikste knoflookbollen krijg je altijd als er lekker wat regen valt in de periode dat de plant aan het wortelen is, er vervolgens lekker veel zon is wanneer hij daarna teentjes aan het vormen is, en je mooi droog weer hebt in de afrijpfase. Nou, je begrijpt het zeker wel: knoflook kan elk jaar weer anders uitpakken, hoe goed je je best ook doet. Maar dat maakt het ook wel weer spannend, vind ik. Never a dull moment met knoflook.

Knoflook (2)

Een van mijn trouwe volgers vroeg me van de week wanneer je knoflook nou kunt oogsten. Ze wist niet hoe je kunt zien of de knoflookbolletjes al rijp zijn.
Het antwoord is: knoflook is rijp als het loof bruin begint te worden en op omvallen staat. Meestal gebeurt dat in juli:
IMG_3307
Helaas had ze geen geluk met haar knoflook dit jaar: ze stuurde me een foto van hoe ze een zielig pootteentje uit de grond haalde – er was geen mooie dikke bol vol teentjes uit dat ene teentje gegroeid. Wat was er fout gegaan? Ze had de knoflook in een pot geplant, en de aarde zag er vrij nat uit – ik kreeg zo’n donkerbruin vermoeden dat haar knoflook te nat heeft gestaan, en daar houdt deze mediterrane klant helemaal niet van. Knoflook wortelt het liefst in de meest losse of zanderige grond die er maar is: dan heeft de plant de ruimte om te groeien en wordt hij niet te nat, omdat het regenwater daarin snel naar beneden zakt. Waar je bij knoflook ook erg op bedacht moet zijn, is Sclerotium cepivorum, een witte schimmelziekte die de wortels van lookplanten (zoals ui, bieslook, prei en knoflook) doet rotten, waardoor de plant niet lekker kan doorgroeien en uiteindelijk helemaal stilvalt. De sporen van Sclerotia – kleine zwarte pitjes – kunnen tot wel 7 jaar overleven in de grond. De beste remedie is dus op die plek 7 jaar lang geen lookplanten meer te zetten.
IMG_3308
Hier zie je hoe ik vorige week mijn knoflook oogstte, een geweldig moment vond ik dat. Het wonder der natuur had zich weer voltrokken: één teentje was bij mij wél tig teentjes geworden. Het is natuurlijk niet leuk als dat niet gebeurt, maar zo nu en dan doen planten het nu eenmaal niet in je tuin, daar ontkom je niet aan. Tja, het maakt me ook wel weer des te blijer als ze wél doen wat ik wil. Het oogstmoment bezorgt me dan een bijzonder geluksgevoel. Alles komt erin samen: het vooraf maken van de plattegrond van m’n moestuin (“dáár zet ik dit jaar de knoflook”), het uitzoeken van de dikste teentjes (want dat worden de mooiste bollen), het voorbereiden van de grond, het planten, het omhoog zien komen van de eerste groene blaadjes, het wieden, het vaak even kijken, het lange, spannende wachten… En dan kun je er daarna ook nog eens lekker van gaan eten, kortom: happy mind – happy body, oftewel: tuinieren is veel werk en soms ga je totaal de mist in, maar het maakt écht gelukkiger.
In mijn volgende post vertel ik hoe je knoflook kunt bewaren, en geef ik tips over hoe je het moet planten.

Knoflook (1)

IMG_3297
Niet zonder enige trots presenteer ik hier mijn eerste knoflookoogst van dit jaar. En lekker dat ze zijn! Superfrisse, scherpe smaak. Knapperig en sappig. Doet het zeer goed in pastasauzen, en ze zijn ook lekker met nieuwe aardappeltjes in de oven.
Ik plantte de pootteentjes half maart – eigenlijk veel te laat voor knoflook, want ze horen tussen september en half november de grond in te gaan. Tja, zo gaat dat soms met tuinieren: ik had massa’s andere dingen te doen, en veel te laat bedacht ik dat ik ook nog graag knoflook wilde planten. Vervolgens trok ik toch maar de stoute schoenen aan en heb ik ze dus half maart geplant – ook wel vanuit een soort nieuwsgierigheid om te ontdekken wat ervan zou komen. Stiekem deed ik het ook omdat ik graag lonk naar de mediterranee, moet ik eerlijk bekennen.
‘Knoflook is helemaal geen Hollandse groente, dat wil nooit goed hier,’ hoor ik veel tuinders zeggen. Dat zal best, maar ik houd van die Italiaanse touch in mijn tuin. En ik ben een knoflooketer, en het is superhealthy, dus ja: knoflook is van harte welkom in mijn tuin.
Officieel hebben eenmaal geplante teentjes een koude periode van minimaal een maand beneden de 10 graden Celcius nodig om lekker grote bolletjes met veel teentjes te kunnen worden. Maar dat bleek dit jaar dus mee te vallen: het is sinds half maart geen dag meer beneden de 10 graden geweest, en toch heb ik aardige bolletjes kunnen kweken (hoewel, eerlijk is eerlijk: mijn bolletjes zijn niet extreem groot).
Hoe zou het komen dat het toch zo aardig is gelukt met mijn knoflook? Ik heb ze in de allerbeste, huisgemaakte, meest rulle compost ever geplant – misschien heb ik ze daarmee een enorm groot plezier gedaan. En ik zette ze op een heel zonnig plekje, dat heeft vast ook meegeholpen.
In mijn volgende post meer over knoflook.

Drama in de kas

IMG_3257

IMG_3259

Tsjongejonge, het was wel even een tegenvaller toen ik vorige week blijmoedig mijn kas binnenstapte: mijn zorgvuldig uit zaad opgekweekte aubergines en paprika’s bleken opeens vreselijk te zijn toegetakeld… ja, door wat eigenlijk?
“Een beest dat zich door de lucht voortbeweegt,” was na de eerste schrik mijn gedachte. In het dak van de kas zitten namelijk twee raampjes die bij warm weer automatisch opengaan. Zou mijn nieuwe vijand daar doorheen zijn gekomen? Maar welk beest zou dat dan kunnen zijn? Ik kon niks zinnigs bedenken en voelde me vooral onthand. Na een tijdje schoof ik zelfs richting milde tot stevige depressie. Kan een tuin je dan toch depressief maken? Ik rilde bij de gedachte.
Gelukkig zijn er op dit soort momenten van opperste vertwijfeling altijd nog lieve buurvrouwen met duizend jaar meer tuinierervaring dan ik.
Buurvrouw Els, kordaat en rustig van aard, verscheen ten tonele. Alleen al de kalmte in haar gezicht toen ik haar mijn afgekloven aubergines toonde, deed een zonnestraaltje doorbreken in mijn getormenteerde tuinmansziel.
“O,” zei ze neutraal, terwijl ze mijn paprika’s en aubergines inspecteerde. “Het kan van alles zijn.”
“Ja maar wat moet ik nu DOEN, Els? Ik wil er iets tegen DOEN!” schreeuwde ik het bijna uit.
“Geen gif strooien,” was het eerste wat ze zei. “Anders eet je dat straks ook allemaal weer op. Nee, je moet gewoon eenvoudig beginnen. Haal je aubergineplanten eerst eens even lekker naar buiten; altijd maar binnen in de kas staan maakt kasplantjes van ze. Planten vinden het zalig om in de zomer naar buiten te gaan. Wat dat betreft zijn het net mensen. Lekker de wind door hun bladeren voelen waaien, daar worden ze gezond en sterk van. En spuit ze eens even lekker nat, dan vallen de luizen van het blad, want ik zie dat je ook veel luizen hebt. Kijk eerst eens even of dat helpt. Zo niet, dan zie je wel weer verder.”
Ik zette de aubergine- en paprikaplanten op het terras, gaf ze een weldadige douche en zag de wind door hun bladeren waaien. Ze wuifden lekker mee in de wind. Het zag er goed uit; ook ik klaarde ervan op.
Totdat me opeens iets opviel aan de potten waar ze in stonden: nee.. het zou toch niet? Zag ik daar op de zijkant een dikke vette naaktslak zitten? Ja hoor, inderdaad. En op een andere pot zag ik er nog een, en nog een.. En toen ik onder de potten keek, zag ik dat nog meer kleine slakjes zich schuil hielden. Dus toch: ik was weer eens ingehaald door slakken, de traagste beesten op aarde. En dat terwijl ik in de zalige waan had verkeerd dat er in elk geval één plek in mijn tuin was waar ze niet konden komen. Nou, mooi wel dus.
Anyway, ik heb er van geleerd dat je behalve je tuin ook regelmatig je kas op slakken moet inspecteren. En dat je de potten die je op je terras hebt staan, ook zo nu en dan moet omkeren; daar bleken bij nadere inspectie namelijk ook slakken onder te zitten.
En, hoe gaat het nu psychisch met me? Ik ben de schok weer redelijk te boven. Ik realiseer me nu dat het hele drama niks nieuws onder de zon is. Teleurstellingen horen bij het leven, dus ook bij de tuin. Ik ben blij dat ik weer iets over slakken heb geleerd. En dat ik een fijne buurvrouw heb.

Kapucijners

IMG_2921Dit jaar heb ik twee lange rijen kapucijners geplant in mijn tuin. Ze zijn nu voortvarend omhoog aan het groeien, tegen stokken met touwtjes erlangs. Halverwege mei ontstond er zo een paarswitte bloemenmuur waar menig voorbijganger even met open mond voor ging stilstaan. Ikzelf trouwens ook. Wat een wonderschoon gezicht.IMG_2920
IMG_2924
Inmiddels zijn de eerste bloemetjes al half in donkerpaarse peulen veranderd. Het lijken wel orchideeën. De peultjes zijn nu nog plat, maar straks gaan de kapucijners binnenin groeien. Over een tijdje, misschien al eind deze maand, komt het grote moment: dan ga ik ze plukken en zit ik straks op het terras met een hele berg zwarte peulen voor me op tafel. Meditatief genietmoment: één voor één die peulen met twee duimen opendrukken en de rauwe erwtjes in je hand voelen glijden. Het doet me denken aan mijn kindertijd: toen zat ik knus met buurvrouw Geertje achter het huis bij haar moestuin, aan een tafeltje met een lading snijbonen erop, het piepende snijbonenmolentje aan de rand vastgeklemd. Tegenwoordig wil ik er een koel glas wijn bij, maar verder voelt het precies hetzelfde. Hoe simpel kan het leven zijn.

Ik zou dus zeggen: ga vooral kapucijners telen. Het zijn de makkelijkste groenteplanten die je maar kunt bedenken, en ze zijn beregezond om te eten (veel eiwit, vitamine C en B, calcium en ijzer). En, nog een voordeel: ze houden het liefst van wisselvallig Nederlands weer. Je kunt ze zaaien in april of mei, en zelfs juni kan ook nog. Ik heb Ezetha’s Blauwschok in mijn tuin staan. Die soort is bij veel moestuinders geliefd vanwege z’n paarse bloemetjes. Maar je kunt natuurlijk ook een andere soort nemen, of anders zoete peulen die je in z’n geheel kunt eten, de zogeheten “mange touts”. Alleen al vanwege de namen zou ik die meteen in mijn tuin nemen: Douce Provence en Carouby de Mausanne, die wil je toch gewoon?
Nog een tip bij het zaaien van kapucijners: zorg ervoor dat je grond goed bemest is, daar doen ze het lekker op. Ik heb ze met 5 cm tussenruimte gezaaid; twee rijen die 80 cm uit elkaar liggen. Calculeer in dat je naast de planten ook ruimte hebt om te lopen, want straks moet je er wel goed voor kunnen staan om de peulen te plukken. Belangrijk is een goede klimondersteuning: het beste is een net met brede mazen aan schuin geplaatste stokken, omdat kapucijners de neiging hebben behalve omhoog ook naar opzij te groeien, en alleen een paar horizontale touwtjes boven elkaar geeft dan net iets te weinig steun. Dat merk ik nu: ik heb enkel van die horizontale touwtjes gespannen, en de planten fladderden bij mij alle kanten op; een paar waren met hun tentakeltjes zelfs al aan mijn dahlia’s gaan hangen. Inmiddels heb ik ze weer omhoog geleid, met extra touwtjes om ze op hun plek te houden. Wees wel voorzichtig als je aan kapucijnerplanten komt, want ze zijn ontzettend breekbaar. En, o ja: kapucijners doen het ook heel goed als schutting. Als je ze langs de rand van je terras zet, heb je in een oogwenk een anderhalf tot twee meter hoge, natuurlijke afscheiding. Daar kan geen Gamma tegenop.

Artisjokken

IMG_2915
Dit is nou een plant waar ik helemaal weg van ben: hij is groot en stevig, krijgt straks een overrompelend mooie bloem, en je kunt de vrucht ervan ook nog eens heerlijk opeten. Ik zet altijd een paar artisjokken in mijn tuin, voor de show, maar vooral ook omdat ik er een aantal lekkere, zomerse maaltjes mee kan bereiden (artisjokken doen het trouwens goed als je gasten te eten hebt, mensen vinden ze namelijk iets chics hebben). En, wat ook fijn is, artisjokken bieden je de mogelijkheid om met weinig inspanning veel indruk te maken: je hoeft ze alleen maar te koken, een lekker dipsausje van olijfolie erbij, en joehoe: je kunt beginnen met het leegzuigen van de onderkant van de schubben. De smaak daarvan is echt hemels. Je waant je in één klap op een Italiaans terras waar de zwoele zeewind tegen je huid danst. Als je één keer een zelfgekweekte artisjok hebt geproefd, wil je nooit meer zo’n smakeloze schoenzool van de supermarkt.
Artisjokken zijn zonaanbidders, ze staan het liefst de hele dag te bakken in de volle zon. Te natte grond vinden ze vreselijk. En je hebt veel geduld nodig, want in het eerste jaar na aanplant doen ze vrijwel niks voor je. Ik plantte er vorig jaar een paar in mijn moestuin, maar ze wilden nog niet echt groeien.
IMG_2954
Steeds bleef ik tegen een paar kleine, lullige blaadjes aankijken, zoals het jonge artisjokplantje dat je hierboven ziet (deze op de foto is dit voorjaar opgekweekt). Maar na het overleven van de winter (dat is trouwens ook nog een dingetje: artisjokken zijn niet bijster winterhard) schoten ze dit voorjaar opeens in sneltreinvaart omhoog.
IMG_2916
Het zijn nu al behoorlijk stevige jongens en ik wacht met smart op de bloem, die over een maandje of anderhalf zal gaan bloeien, schat ik in. Waarschijnlijk zal ik deze zomer per plant twee artisjokken kunnen afsnijden, want in hun tweede jaar na aanplant is dat wat ze gemiddeld opleveren. Als het goed is en we krijgen de komende twee jaar geen heel strenge winters, dan blijven ze in leven en kan ik nog twee zomers artisjokken eten van dezelfde planten. Ze kunnen weliswaar nog langer blijven leven, maar na een jaar of vier zullen ze niet echt veel vruchten meer gaan maken.
Om een constante artisjokkenaanvoer te garanderen, kun je, als ze twee jaar oud zijn, een stuk wortel van de plant afsteken, met daaraan nog een stukje blad. Als je dat frutseltje opnieuw plant, sterft het stukje blad waarschijnlijk af, maar grote kans dat er nieuwe, verse blaadjes uitgroeien, en hops, je hebt volgend jaar weer gratis artisjokken! Wie had gezegd dat tuinieren een dure hobby is?

De eerste oogst

IMG_2862
Het is altijd een fijn moment: de eerste oogst van het jaar. Ik heb drie weken geleden al spinazie geplukt, dat was echt de allereerste oogst, maar als de eerste vruchten aan je planten hangen, is dat toch een speciaal moment. Gisteren was het zover: ik heb de Aller Eerste komkommer geplukt in mijn kas. Het was zo’n minikomkommertje. Hem dan meteen in je mond stoppen en die heerlijk verse smaak proeven, wat een genot! Buiten ging het feest door…
IMG_2866
…ik plukte de eerste peultjes van de staken – die ’s avonds overheerlijk bleken te smaken, nadat ik ze had gekookt. Vooral de peultjes waarvan de erwtjes al wat dikker waren, smaakten zoals ik nog nooit erwtjes heb geproefd. Verbluffend.
Toen ik nog eens goed naar mijn tomatenplanten keek, zag ik dat de eerste tomaten zich al beginnen te vormen.
IMG_2863
Ook zo’n geweldig moment: je loopt voorbij je planten en je ziet eerst niks, maar dan kijk je nog eens goed en ontwaar je ineens dat eerste, nog groene tomaatje. En verrek, nog één! Is met geen pen te beschrijven, dat gelukssprongetje in je hart.
De Costoluto Fiorentino is de eerste dit jaar. Ik hoop dat ze net zo lekker smaken als in Italië. Het schijnt dat ze daar beter smaken omdat het psychologisch zo werkt: in Italië ben je met vakantie, je bent blij en kunt de hele wereld aan, en dan smaakt alles voortreffelijk. Toch hoop ik stiekem dat ze uit mijn kas nóg lekkerder smaken.

‘Tomatenplanten zijn net vrouwen…’

IMG_2630
‘…Je moet er aldoor achteraan lopen.’
Dat zei Maarten ’t Hart afgelopen maandag in zijn tuinprogramma Maartens Moestuin (elke maandag op Nederland 2, om 19.20 uur, echt een aanrader voor iedereen die van planten en tuinieren houdt).
Ik ben het vaak met de eigenwijze schrijver/bioloog eens, en nu ook weer.
Met aandacht heb ik gekeken naar zijn tomatenaflevering van deze week, want ik ben momenteel ook druk in de weer met tomatenplanten.
De afgelopen winter werd ik de gelukkige bezitter van een heuse tuinkas, waardoor ik dit tuinseizoen voor het eerst in mijn leven tomaten binnen kan verbouwen, plus nog andere kasplanten.
IMG_2766
Als het goed is gaat er straks een wereld voor me open en gaan mijn tomatenplanten van de zomer als een tierelier vruchten afwerpen. Tomatenplanten willen het namelijk echt bloedjeheet hebben, anders doen ze amper iets voor je. Vorig jaar had ik tomatenplanten buiten staan, op het meest zonnige plekje in mijn tuin, en nog was mijn oogst slechts een paar schamele handjes tomaten. Binnen is dus echt de beste plek voor ze. En heet dat het kan worden in mijn kas, niet normaal! Temperaturen van 37 graden werden al gehaald bij mij. Soms als je binnenstapt is het alsof je zojuist op Bali bent geland.

Anyway, ik verwacht nu dus dat ze het bij mij goed gaan doen. Maar je weet het nooit. Tomaten zijn hele gevoelige, lastige typetjes. Ze moeten zo ongeveer elke dag water hebben, maar ook weer niet te veel, want ze rotten ook weer snel. Ze groeien tot oneindig hoog en kunnen daardoor niet zelfstandig blijven staan. Je moet ze dus met een stok ondersteunen, of een touwtje aan je dak vastmaken en dat dan om de hoofdstengel cirkelen, zodat ze iets hebben om tegenaan te leunen. Anders knakken ze geheid om en is het einde verhaal. En zo kan ik nog wel even doorgaan over tomatenplanten (haak je nog niet af?): je moet ook de toppen eruit halen wanneer ze wat jou betreft hoog genoeg zijn, anders groeien ze maar hoger en hoger, en gaat alle energie in bladeren en stengels zitten, en niet in die sappige tomaten waar jij de hele tijd op zit te azen. En daarmee zijn we er nog niet: behalve veel water hebben tomatenplanten ook vloeibare mest nodig, minimaal één keer per week. Gebruik bijvoorbeeld vloeibaar zeewier (aangelengd met water). Vinden ze zalig.

Afgelopen januari zaaide ik de eerste tomatenzaadjes, van een soort die al vroeg de grond in kan. In de maanden daarna vertrouwde ik nog een paar andere soorten aan de aarde toe. Ik verpootte de zaailingen zorgvuldig in grotere potjes…
IMG_2627
…en inmiddels staan ze keurig in het gelid in kloeke terracottapotten van 27 cm doorsnee, in het rechter gedeelte van mijn tuinkas. Van de week kwam ik mijn kas binnen en wie schetste mijn ontzetting: een aantal planten had van onderen al gele bladeren en verdroogde bloemetjes.. de grond waarin ze stonden bleek kurkdroog. Snel water erbij gedaan dus. Toegegeven: ik had een paar dagen niet naar ze omgekeken. Tja, had Maarten ’t Hart zijn programma maar eerder uitgezonden. Echt mensen, ik kan het niet genoeg benadrukken: tomaten hebben veel TLC (Tender Loving Care) nodig. Altijd meer dan je denkt.