Vroege tulpen

IMG_2519
Zijn ze niet geweldig, deze tulpen? Ik was blij verrast toen ik van de week in mijn tuin kwam en ze voor het eerst zag bloeien. Wat zijn de tulpen vroeg dit jaar! Vorig jaar rond deze tijd hadden ze alleen een klein stukje blad bovengronds, zoals je hieronder kunt zien op de foto die ik vorig jaar op 7 april maakte:
IMG_2210
Dit is trouwens een van de warmste hoekjes in mijn tuin: veel zon en beschutting. Narcissen komen eerder op en zijn ook fijn, maar als ik de tulpen zie uitkomen, maakt mijn hart een extra sprongetje. Ik loop er in de lente vaak even langs, want die felrode kleur blijft gewoon genieten. Ik kan me voorstellen dat ze in de 17e eeuw in een tulpenmanie belandden, de tulp is echt een schitterende plant. Als je even stil staat en er goed naar kijkt, zie je pas goed hoe elegant van vorm ze zijn, en hoe intens van kleur. En dan die magische binnenkant van de bloem, en dat ze ‘s middags om een uur of drie alweer dichtgaan: wat geweldig allemaal.

TIP voor als je tulpen straks uitgebloeid zijn: haal de bloemen eraf en laat de steel en het blad staan. Het ziet er misschien een beetje wreed uit, maar het is beter voor de bollen. Alle energie van de zon gaat dan namelijk via de steel en het blad in de bollen zitten, waardoor je tulpen volgend jaar extra mooi zullen bloeien. Ik heb deze bollen vier jaar geleden geplant en in de grond laten zitten. Tot nu toe zijn ze elk jaar weer opgekomen.

Tuinkas

Zaaien

Qua groente kun je nu komkommers, aubergines, paprika en ui zaaien; qua sierplanten kun je nu al diverse soorten zaaien, zoals die superzomerse gazania, petunia, begonia, geranium en verbena.

Doe de dahliatruc

Dahlia’s rechtstreeks in de tuin planten kan pas als het vorstgevaar is geweken – officieel is dat pas half mei. Voordat ze in bloei staan, ben je dus zo een paar maanden verder. Een manier om ze eerder in bloei te krijgen, is wat tuinlieden “voortrekken” noemen. Plant ze dus in potten en zet die in de kas – zorg wel dat je je kas kunt verwarmen mocht het opeens nog hard gaan vriezen. In de tweede week van mei moet je ze wel even een paar dagen “afharden”: zet ze elke dag een paar uur buiten, dan wennen ze alvast aan hun nieuwe bestemming. Plant ze vervolgens half mei in je tuin (liefst met een lekker voedzaam laagje compost aan hun voetjes) en de eerste bloemen zullen al in juni tevoorschijn komen.

 

Planten delen

IMG_3280

Nog veel leuker dan planten kopen in het tuincentrum, is ze delen met andere tuiniers. Gisteren was ik de gelukkige: tijdens een bezoekje aan mijn moeder in Hippolytushoef gingen we langs bij haar nicht Diny, die tegen mijn moeder had gezegd dat ze graag een paar planten in haar tuin voor me wilde afsteken.

IMG_3286

Diny is 72 en heeft een tuin waar je u tegen zegt: achter haar huis strekt zich een lange lap grond uit waar geen einde aan lijkt te komen. Haar tuin is ooit aangelegd door haar man Klaas. Sinds hij een aantal jaar geleden overleed, ontfermt zij zich er nu over – met volle overgave. Aan de planten, die er fier bij stonden op deze frisse lentedag, zag je meteen dat Diny ze met grote zorg behandelt: ze hebben er duidelijk zin in bij haar. Halverwege de tuin staat een kunstwerk in een prieel dat is begroeid met een druivelaar. Daar ligt de as van Klaas – midden in de tuin die altijd zijn grote passie was.

Toen we aankwamen, vonden we Diny achterin haar tuin. Ze is elke dag aan het tuinieren, vertelde ze. ‘Ik vind het heerlijk, lekker mijn handen gebruiken. In mijn tuin vergeet ik alles en kom ik tot rust.’ Ze lachte: ‘Haha, en ik hoef zo ook niet naar de sportschool.’

Ze pakte de hooivork erbij en lichtte hier en daar van alles uit de grond: vlier, prikneus, hortensia, en nog meer moois waarvan ik de namen nog ga opzoeken. ‘Ik weet helemaal niks van plantennamen en eigenschappen en ziektes,’ vertelde ze, ‘ik tuinier gewoon op gevoel.’

IMG_3285

Met een stuk of vijftien planten, in dozen, emmertjes en tassen, nam ik afscheid. Nu ga ik bedenken waar ik ze ga neerzetten. En dan Diny een foto mailen van hun nieuwe thuis. En natuurlijk afwachten of ze het in mijn tuin net zo fijn vinden als bij haar.

Bloemen

Leliebollen planten

Plant leliebollen in potten, dan geniet je straks in de zomer van die prachtige bloemen op je terras.

Border opruimen

Haal in je borders alle afgestorven delen van overblijvende planten weg die je had laten staan in de winter omdat het er nog zo mooi uitzag. Pas op dat je niet ook de nieuwe scheuten meetrekt – iets wat mij soms gebeurt als ik het te snel wil doen.

Siererwt zaaien

Je hoeft ze niet te laten weken of in te kepen met een mesje, maar je kunt ze gewoon rechtstreeks uit het zakje twee centimeter diep in de volle grond stoppen en je hebt in juni geweldige fleurige planten waar je veel oh’s en ah’s mee krijgt. Tip: zaai het dubbele aantal zaadjes van het aantal planten dat je wilt – dan ben je er zeker van dat je straks het gewenste aantal planten hebt staan. Zaai op een plek waar veel zon komt, dan krijg je de meeste bloemen.

Rozen snoeien

Ik heb (nog) geen rozen in mijn tuin – ik heb een bloedhekel aan die akelige prikkers – maar als je ze wel hebt: nu is het moment ze te snoeien. Knip ze af tot drie ogen boven de grond, dan kunnen ze weer lekker uitlopen tot stevige, grote planten. Geef ze ook nog wat rozenmest en je zult versteld staan hoeveel beter ze erdoor zullen groeien.

Eindelijk 21 maart

Jeanne_Roos_(eerste_uitzending)

Vandaag voel ik me een beetje Jeanne Roos, die de eerste tv-omroepster van Nederland was. Alweer een hele tijd geleden, op 2 oktober 1951, ging zij, stuiterend van opwinding natuurlijk, voor het eerst de lucht in. Ik ga nu ook voor het eerst ‘de lucht in’, en wel met mijn eigen site De Gelukkige Tuinman. Joehoe! De tijden zijn veranderd sinds die eerste tv-uitzending, maar het gevoel van ‘voor het eerst de lucht in gaan’ is vast nog heel erg hetzelfde gebleven, schat ik zo in.

IMG_3277

Een lichte tinteling, vergelijkbaar met verliefdheid, stroomt vandaag door mijn aderen; niet alleen vanwege mijn nieuwe site, ook omdat het nu eindelijk 21 maart is: hoera, de lente is begonnen! We staan weer aan de vooravond van een heel tuinjaar dat zich in volle omvang voor ons uitstrekt – ik kan geen hoopvollere dag bedenken voor de start van m’n nieuwe site, die ik boordevol mooie tuinverhalen, tips en inspiratie zal gaan zetten. Graag nodig ik je uit via mijn site mee te leven met de ontwikkelingen in mijn tuin, en ik hoop dat je je laat aansteken door het gelukkigmakende tuinier-virus.

Maar goed, de lente dus: voor mij is die altijd een feest; het feest van het begin. Nieuwe ronde, nieuwe kansen, alles ligt weer open. Dit jaar dwarrelen er allerlei wilde tuinplannen door mijn hoofd. En ik ben ook benieuwd hoe de alliums eruit zullen zien die ik afgelopen herfst verspreid over mijn hele bloemenborder heb geplant. En o ja, wat zal ik doen met mijn nieuwe groenteborder: omzomen met buxus? Of houd ik toch meer van het open karakter dat hij nu heeft? Rondkijkend in mijn tuin mijmerde ik vanmiddag weg in het weifelende lentezonnetje – maar wel in een beschut hoekje, want de wind was vrij hard en een tikkie koud vandaag.

IMG_3247

Ook al is de lente vandaag dan officieel begonnen, het voorjaar hangt al veel langer in de lucht. De natuur is dit jaar behoorlijk vroeg – zeker als je het vergelijkt met vorig jaar, toen we tot ver in april werden geteisterd door straffe winden die rechtstreeks uit Siberië leken te komen. In mijn tuin zie ik nu allerlei overblijvende planten blakend van het zelfvertrouwen omhoog schieten; vorig jaar rond deze tijd stonden ze er veel minder florissant voor, en raakten ze flink gehavend door gemene, late vorst. Maar dit jaar liggen ze dus lekker voor op schema. De narcissen zijn zelfs zo vroeg dit jaar (begin januari begonnen ze al dapper hun kop boven de grond uit te steken) dat ik mijn hart voor ze vasthield. Inmiddels staan ze al ruim een week in hun blije goudoranje en witgele glorie, en hebben ze niks meer te duchten. Koene ridders toch, die narcissen, ik hou echt van ze.

IMG_3269 IMG_3270

De eerste lentedagen zijn voor veel mensen het sein om voor het eerst in maanden weer aan hun tuin te denken, en de eerste bakjes felgekleurde perkplantjes bij het tuincentrum te halen; maandenlang hebben ze hun tuin links laten liggen. Bij mij gaat dat anders. Ik ben meer het type tuinfanaat dat ook in herfst en winter in zijn tuin is te vinden. Kou en sneeuw, modderige plassen en wind, zon en droogte: ze zijn me allemaal even lief. Ik ga erin mee en geniet steeds van het nieuwe. Vaak zeggen mensen in het najaar tegen me: “Heb jij je tuin al winterklaar? Het is nu zeker afgelopen in je tuin, hè?” “Ehm.. nee,” probeer ik dan aan ongelovige ogen duidelijk te maken, “winterklaar maken, daar doe ik niet aan.” Mijn tuin is geen kijkdoos waarvan het schuifje vier maanden dicht gaat. Het is een levend geheel dat steeds verandert en evolueert, en waar ik alle veranderingen op de voet volg – het is de plek waar ik het liefst wil zijn.

IMG_2681

 

Eén plant maakt al aardiger mens van je

IMG_0080

Het contact met de natuur doet wonderen voor onze geest: psychologen hebben ontdekt dat je er beter door gaat rekenen en herinneren, en dat je je problemen er makkelijker door kunt oplossen. Onderzoekers van de universiteit van Berkeley kunnen daar nu aan toevoegen dat bomen en planten je ook nog eens genereuzer maken, en daarnaast je vertrouwen in anderen een boost geven. Daar heb je niet eens een wijds landschap of een complete tuin voor nodig, want één kamerplant blijkt al wonderen te doen: proefpersonen die in een ruimte met een mooie plant waren geplaatst, gaven daarna veel meer tijd aan een goed doel dan degenen die in een kale ruimte hadden gezeten.

De onderzoekers ontdekten nog iets interessants: dat er mensen zijn die meer oog hebben voor de natuur dan anderen. Op hen heeft de natuur het sterkste effect: zij worden er nóg ietsje behulpzamer van dan de rest.

 

Lees het originele artikel:

An occasion for unselfing: Beautiful nature leads to prosociality, Journal of Environmental Psychology, maart 2014

WEEK VAN 17 TOT 24 MAART:

IMG_0525

Klus van de week: Mulchen

Geef je borders een frisse start door ze te bemesten met verse, bemeste tuinaarde. Zelf heb ik vorige week heel stoer vier compostbakken vol over mijn moestuin verspreid, maar je kunt natuurlijk ook compost kopen. Planten schijnen champignoncompost het allerlekkerst te vinden, maar ik heb helaas nog steeds geen champignonkweker gevonden die mij zijn compost kan leveren. Wees niet zuinig en bestel een kuub, en verspreid die in je border – pas op dat je je net bovengronds komende planten niet teveel bedelft. Maak om je planten heen een laag van minimaal 5 cm dik, dan geef je het onkruid dat al in de grond zat minder kans – het zal dan te weinig licht krijgen om te groeien.

 

Bloemen

Leliebollen planten 

Plant leliebollen in potten, dan geniet je straks in de zomer van die prachtige bloemen op je terras.

Border opruimen

Haal in je borders alle afgestorven delen van overblijvende planten weg die je had laten staan in de winter omdat het er nog zo mooi uitzag. Pas op dat je niet ook de nieuwe scheuten meetrekt – iets wat mij soms gebeurt als ik het te snel wil doen.

Siererwt zaaien

Je hoeft ze niet te laten weken of in te kepen met een mesje, maar je kunt ze gewoon rechtstreeks uit het zakje twee centimeter diep in de volle grond stoppen en je hebt in juni geweldige fleurige planten waar je veel oh’s en ah’s mee krijgt. Tip: zaai het dubbele aantal zaadjes van het aantal planten dat je wilt – dan ben je er zeker van dat je straks het gewenste aantal planten hebt staan. Zaai op een plek waar veel zon komt, dan krijg je de meeste bloemen.

Rozen snoeien

Ik heb (nog) geen rozen in mijn tuin – ik heb een bloedhekel aan die akelige prikkers – maar als je ze wel hebt: nu is het moment ze te snoeien. Knip ze af tot drie ogen boven de grond, dan kunnen ze weer lekker uitlopen tot stevige, grote planten. Geef ze ook nog wat rozenmest en je zult versteld staan hoeveel beter ze erdoor zullen groeien.

 

Groente & fruit

Zaaien

Je kunt al spinazie en ui zaaien, en plantuitjes poten. Denk erom dat de vogels plantuitjes ook graag lusten – bij mij hadden ze er een dag na het planten al een paar gepikt. Nu heb ik ze afgedekt met vliesdoek.

Voorkiemen

Aardappels leveren een grotere opbrengst als je ze voorkiemt, ongeveer drie weken voordat je ze plant. Leg ze op een lichte plek, achter glas – het mag er niet gaan vriezen. Er zullen zich stompe uitstulpinkjes vormen op de aardappels, waardoor ze straks barsten van de energie als je ze in de grond stopt – ze zullen er extra hard door gaan groeien, en een grotere oogst opleveren.

 

Tuinkas

Zaaien

Qua groente kun je nu komkommers, aubergines, paprika en ui zaaien; qua sierplanten kun je nu al diverse soorten zaaien, zoals die superzomerse gazania, petunia, begonia, geranium en verbena.

Doe de dahliatruc

Dahlia’s rechtstreeks in de tuin planten kan pas als het vorstgevaar is geweken – officieel is dat pas half mei. Voordat ze in bloei staan, ben je dus zo een paar maanden verder. Een manier om ze eerder in bloei te krijgen, is wat tuinlieden “voortrekken” noemen. Plant ze dus in potten en zet die in de kas – zorg wel dat je je kas kunt verwarmen mocht het opeens nog hard gaan vriezen. In de tweede week van mei moet je ze wel even een paar dagen “afharden”: zet ze elke dag een paar uur buiten, dan wennen ze alvast aan hun nieuwe bestemming. Plant ze vervolgens half mei in je tuin (liefst met een lekker voedzaam laagje compost aan hun voetjes) en de eerste bloemen zullen al in juni tevoorschijn komen.

Onkruid wieden

Ackerwinden

Het is er altijd en het groeit altijd harder dan je denkt: dat rottige, hondsbrutale, woekerende onkruid. Onkruid is eigenlijk niets anders dan een verzamelnaam voor de plantensoorten die zich het meest thuisvoelen in je tuin – in tegenstelling tot de planten waarop je zo verliefd werd in het tuincentrum; die horen helemaal niet in je tuin, en zouden zonder jouw intensive care hopeloos ten onder gaan. Onkruid trekt namelijk de voedingstoffen uit je grond en steelt het licht van je planten, waardoor die in no time kunnen veranderen in zielige hoopjes ellende, en uiteindelijk helemaal worden platgewalst. Kortom: de basis van tuinieren is onkruid de baas blijven. Dat doe je het best door zo regelmatig mogelijk te wieden – dat bespaart je uiteindelijk de meeste tijd.

Vind je wieden geen leuke klus? Mwoah, het heeft ook wel iets meditatiefs en rustgevends, vind ik, om op je knieën te gaan zitten en geduldig met je handen je borders vrij te maken van al die ongenode gasten. Bovendien heb je in één adem door ook de gelegenheid je planten eens van dichtbij te inspecteren en te kijken hoe het met ze gaat. En het is natuurlijk een mooie spieroefening; de sportschool kun je die dag overslaan.

Onkruid groeit op dit moment nog niet zo hard als straks in mei – dan gaat het echt als een dolle tekeer, dus wees erbij voordat het zich verspreidt en zaad gaat zetten. Is je grond droog, dan kun je de uitgetrokken onkruidjes laten liggen. Is je grond vochtig, dan moet je ze op de composthoop gooien of in een afvalzak deponeren, anders groeien de worteltjes gewoon weer de aarde in.

Als ik je één raad mag geven, opgedaan uit jarenlange frustratie: pak vooral hardnekkige onkruiden zeer streng aan. In mijn tuin staat winde (oftewel “pispotje” – gna gna, een lekker vervelende naam voor een heel irritant plantje) nummer 1 op de lijst van meest gehate onkruiden. Om meerdere redenen:

 

  1. Het is een buitengewoon agressieve plant die zich als een wurgslang om je planten heen strengelt.
  2. Zijn talrijke bladeren hangt hij voor de gastplant, waardoor die geen licht meer krijgt en verzwakt.
  3. Hij laat zijn wortels meters ver allerlei kanten uitwaaieren en verstopt die tot wel een halve meter in de grond. Het ergste van alles is: als je aan die wortels trekt, breken ze heel makkelijk af, en uit zelfs het kleinste snippertje wortel dat in de aarde achterblijft, kan zich weer een heel nieuwe, akelige Triffid vormen. Kortom: door bovengronds lukraak aan een paar windes te trekken creëer je alleen maar meer satellietplantjes in plaats van minder.

De truc is om lopen op je borders zo veel mogelijk te vermijden, zodat je grond mooi los blijft, dan zitten de windewortels minder vast en breken ze minder snel af wanneer je ze eruit trekt. Een andere truc, maar die is voor gevorderden, is precies de juiste hoeveelheid kracht zetten als je aan zo’n wortel trekt: hard genoeg om hem in z’n geheel uit de grond te trekken, maar ook weer niet zo hard dat hij breekt. Het gevoel dat ik heb als het me lukt om zo’n hele witte wortel er in één keer uit te trekken, is zalig. “Yiha, weer een alien minder!” denk ik dan. Alsof ik een pijnlijke splinter in één keer uit mijn vinger hebt getrokken… wat een verlichting.

 

Toen ik mijn tuin kreeg in 2006, zat de grond vol met winde. Eerst had ik nog niet zo door hoe verschrikkelijk dat was, maar na twee jaren van achteloze onwetendheid zat het echt overal – en leek het alsof het niet meer weg was te krijgen. Acht jaar later voer ik nog steeds een verwoede strijd tegen deze plant, en ik heb het idee dat ik het nog eens ga winnen van de walgelijke winde. Maar ik voel dat ik mijn aandacht nog lang niet kan laten verslappen.